Nou moet ú eens goed luisteren!

Kent u dat? Je strijdt, doet en werkt en houdt elke dag een ‘brave face’. Om 6 uur ’s morgens ben je al fris gewassen op pad voor de BV Nederland en niemand krijgt jou klein. Je vindt jezelf eigenlijk best wel een hele Piet omdat je onder alle stressvolle werkomstandigheden doorgaat en doorjakkert. Totdat? Totdat er van binnen ineens iets knapt…

De aanleiding kan futiel zijn. Of een opeenstapeling van kleine tegenslagen. Okee, we hebben allemaal op training geleerd om bij zo’n ‘afknap-moment’ eerst tot 10 te tellen voordat je met je verbale reactie grote aantallen slachtoffers maakt. Maar ik verzeker u: ik ben ook maar een mens, net als u. Dus toen ik tegen de deadline van deze column zo’n moment beleefde en er een tsunami aan tegenslag en negatieve emoties over mij heen kwam, hielp het zelfs niet om mijn favoriete band Toto op topvolume in de auto te draaien. Ja, ik dééd het, door de drums van mijn roffelheld Jeff Porcaro ging het pedaal weliswaar dieper in en prompt scoorde ik een pittige prent op de A1 voor te hard rijden. Hoezo afknapper? Zou het ook komen omdat de blaadjes vallen en we met elkaar naar het eind van het jaar krabbelen waarin weer keihard is gewerkt? Nou, dan spui ik graag net voor de eindstreep van 2018 mijn gal, want nu kan het nog.

Pas op: dit is géén politiek correcte column

Wel heb ik tot tien geteld voordat ik deze column schreef. En nóg komt de stoom mij uit de oren! Ik deel mijn frustraties nu met u onder het motto ‘nou moet ú eens goed luisteren!’ Schrikt u niet, aan het eind van mijn persoonlijke tirade wordt duidelijk waarom ik dit thema koos. Oh ja, en deze column is ook niet politiek correct. Inmiddels verafschuw ik die houding die voor mij symbool staat in Nederland voor alles maar wegwuiven, toedekken en op zijn beloop laten.

FLEX = FLUT?

Mijn grootste frustratie is dat de politiek en de vakbonden in Nederland een soort Chinese kongsi zijn geworden die flexwerk voortdurend af te schilderen als flutwerk. Neem Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De onvermijdelijke opkomst van flexwerk wil hij beteugelen met een soort lelijk compromis, een vreemde hybride die alles in zich heeft van wéér een bloedeloos Nederlands poldercompromis. De kern van zijn plan? Vast werk wordt minder vast, flexwerk minder flexibel. Alsof je thee en koffie naar elkaar toe wilt brengen tot een soort nieuw drankje. Voordat je het proeft weet je al dat het niks kan worden. En dan zie ik de FNV doodleuk een soort ienieminie-onderzoekje uitvoeren onder, ja hoor, duizend (1000!) Nederlanders. Is dat representatief? Elke statistiekdocent kan u zeggen van niet, maar mijnheer Zakaria Boufangacha van de FNV presenteert de flinterdunne uitkomsten als baanbrekend: “75% van de Nederlanders zou zich grote zorgen maken over het voortbestaan van de verzorgingsstaat. Nog eens twee derde van de mensen vindt dat er teveel flex is.” Hoezo representatief? Ik sta op het punt om mij ziek te melden. Voor mij staat de afkorting FNV voor Flexibel Niet Vuil. Of: Feitelijk Niet Voortvarend. We hebben hier een uitstekende verzorgingsstaat. Ik zeg altijd: “De verzorging staat als een huis.” Okee, soms moet je wachten, en in een extreem geval moet je van het ene ziekenhuis naar het andere, maar wie komt er in dit verwende kikkerland om van honger, dorst of gebrek aan medische zorg? Kijk eens naar Syrië, daar gaan ze hun achtste oorlogwinter in!

Hoezo geen échte banen?

Laat die pantoffelhelden bij de overheid of de bonden toch eens zelf flexibel aan de slag gaan, zoals in de bouw. Dan ervaren ze zelf hoe toegewijd, gemotiveerd én goed betaald daar gewerkt wordt. Wat deze pennenlikkers in hun ivoren torens bedenken, staat in geen verhouding tot wat u en ik weten: flexwerk is hét voorportaal voor heel veel mensen naar een vaste baan. Hoezo geen échte banen? Ik kan die term van het FNV niet meer horen. Wij zorgen, samen met u, voor heel veel flexwerk, en dus inkomens. Ook bieden we veel mensen hiermee een prima proeftijd om te laten zien wat ze kunnen. En bevalt het wederzijds? Dan ligt een vast contract zeker in het verschiet, bij ons of bij onze klant. Nu mijnheer Koolmees en mijnheer Boufangacha weer!

Geen rapporten schrijven, maar úren schrijven!

Nog zo’n frustratie van mij: Nederlandse vaklieden zijn bijna niet meer te vinden en de overheid en ook veel partijen in het veld roepen ach en wee. Ik kan een brug bouwen van de rapporten die ik inmiddels al heb gelezen over hoe we dit probleem moeten aanpakken. En ik kan mijn agenda vullen met seminars met hoogdravende sprekers die in abstracte termen beschrijven wat voor u en mij klip-en- klaar is. Ik kan u vertellen dat wij onlangs héél veel geld ‘up front’ investeerden, zonder één cent subsidie, om op een beurs in Venetië (echt waar!) Italiaanse bouwvakkers te interesseren voor werk in Nederland. Die investering was zwaar, maar we halen wel ruim 35 zeer bekwame en bovendien zeer behoorlijk Engels sprekende Italiaanse vaklieden naar Nederland. Niemand steunt ons hierin, elke cent komt uit eigen zak. Terwijl bijvoorbeeld de provincies bovenop miljarden euro’s zitten die ze ooit verdienden met de verkoop van energiemaatschappijen. Mijn collega’s werken hiervoor in Venetië samen met het EURES-platform. Dit helpt werkzoekenden de grens over bij het vinden van een baan. Een prima organisatie, maar vanuit Den Haag blijft het oorverdovend stil. Nou, bij mij en Ernst Happel niet: “Kein keloel, fussball spielen.” Sorry, maar ze vragen er zelf om.

Flex, de Haarlemmerolie voor de bouw

Natuurlijk schreeuwen de grote personeelstekorten in de bouw om goede personeelsvoorwaarden, maar die kun je ook krijgen als je voor een uitzendbureau werkt, dit naast de reguliere cao- voorwaarden. Menselijk kapitaal is dus heel belangrijk voor de economie. Maar we moeten ook even stilstaan bij de 230.000 werknemers en zelfstandigen die de bouw tussen 2008 en 2016 verlieten. En van dit aantal keerden er maar 36.000 terug. De bouw heeft dus conjunctureel te maken met pieken en dalen in de productie wat inhoudt dat het personeelsbestand mee moet bewegen. Laat flex dus zijn werk doen, het is de Haarlemmerolie voor de bouw en die beteugel je niet door het aan banden te leggen.

Zo, de stoom is eraf. Maar het vuur brandt nog!

Zoals ik u al zei: flex is níet flut. En we kunnen het hier in Nederland redden als de partijen uit het werkveld de handen ineen slaan en stevig samenwerken. De politiek? Die heb je nodig. Voor democratie en wetgeving. Maar niet voor ondernemertje pesten. Een subtiel verschil!

‘Nou moet ú eens goed luisteren!’

Ik deel mijn frustraties nu met u onder het motto ‘nou moet ú eens goed luisteren!’ Niet omdat u schuldig bent, wel omdat ik uw medewerking nodig heb. Om de handen ineen te slaan. Tegen het stigma van flexwerk, tegen het stigma van buitenlandse vakmensen op Nederlandse bouwplaatsen. Maar mijn motto heeft nog een twééde lading: voortaan kunt u mijn vlammende columns ook per podcast beluisteren! Ideaal voor in de auto, in het vliegtuig, in de trein. In mijn vocale voordracht kan ik dan de lading leggen die ik vaak voel bij mijn woorden! Goed luisteren dus en denk daarbij om uw snelheid. 

Pfff, dat lucht op. Ik zou bijna vergeten dat 2018 al weer zo goed als voorbij. Maar goed dat er 2019 is. Maar voordat het zo ver is, verzamelen wij ons eerst onder de kerstboom om van gezellige feestdagen en een mooie jaarwisseling te genieten. Ik wens het u van harte toe en ik spreek u weer in 2019. Want ik ben nog lang niet klaar met u.

Caspar Jansen